Een trainer zei ooit tegen mij dat iedereen minimaal één boek in zich draagt. Ik geloof, terugkijkend, dat hij daar gelijk in had.

Inmiddels ben ik druk om mijn tweede boek voor te bereiden: Joods Document waarover straks meer.

Een boek schrijven is een bijzonder proces. Natuurlijk is het prachtig om uiteindelijk je eigen boek in handen te houden. Je naam op de omslag, je woorden op papier en alle losse gedachten samengebracht tot één verhaal. Maar de grootste waarde zit misschien niet eens in het eindresultaat. Die zit in wat er tijdens het schrijven met je gebeurt.

Toen ik samen met vriend en collega Frank Ruesink De kunst van het begrenzen schreef, dacht ik dat ik vooral mijn kennis en ervaringen met anderen zou delen. Ik wilde mensen laten zien waarom begrenzen zo belangrijk is en hoe je dat kunt doen zonder jezelf of de ander kwijt te raken. Tijdens het schrijven ontdekte ik echter dat het boek mijzelf minstens zoveel leerde als de mensen voor wie ik het schreef.

Schrijven dwingt je om stil te staan.

Gedachten die in je hoofd heel logisch lijken, blijken soms moeilijk onder woorden te brengen. Je moet dieper graven. Wat bedoel ik werkelijk? Waar komt deze overtuiging vandaan? Wat heb ik zelf meegemaakt? Welke lessen heb ik daaruit getrokken? En leef ik eigenlijk wel naar wat ik anderen probeer mee te geven?

Daardoor werd het schrijven van mijn eerste boek ook een persoonlijke reis. Ik keek terug op situaties waarin ik mijn grenzen niet goed had aangegeven. Op momenten waarop ik te lang was doorgegaan, terwijl ik diep vanbinnen al wist dat iets niet meer klopte. Maar ook op momenten waarop ik wél een duidelijke grens trok en daardoor ruimte ontstond voor iets nieuws.

In het vliegtuig van Nederland naar Curaçao heb ik de hoofdstukken bepaald voor Joods document. Dit boek wordt het verhaal van 21 overleden familieleden. Mensen die deel uitmaken van mijn familiegeschiedenis, maar over wie nauwelijks werd gesproken. Mijn oma kon niet praten over wat er was gebeurd. Het verdriet, de angst en de herinneringen waren te groot. Wat niet kon worden uitgesproken, verdween echter niet. Het werd in stilte doorgegeven aan de generaties die na haar kwamen.

Dat is wat generationeel trauma kan doen. De verhalen worden misschien niet verteld, maar de gevolgen ervan kunnen wel voelbaar blijven. In angsten, patronen, overtuigingen, relaties en manieren van overleven.

Totdat iemand besluit om niet langer weg te kijken. Totdat iemand de stilte doorbreekt, de geschiedenis onderzoekt en probeert woorden te geven aan datgene waarvoor eerdere generaties geen woorden konden vinden.

Voor mij wordt Joods document daarom veel meer dan een boek. Het is een zoektocht naar mijn familie, naar mijn eigen wortels en naar de invloed die deze geschiedenis nog altijd heeft.

Het schrijven helpt mij om iets aan te kijken wat lange tijd verborgen is gebleven. Niet om het verleden te veranderen, maar om te voorkomen dat de stilte zich eindeloos blijft herhalen.

Dat is misschien wel een van de mooiste en meest indringende kanten van schrijven.

Je geeft woorden aan ervaringen die anders onuitgesproken zouden blijven.

Je ontdekt verbanden die je eerder niet zag.

Je brengt ordening aan in alles wat je hebt meegemaakt en geleerd.

Een boek wordt daardoor niet alleen iets wat je aan anderen geeft, maar ook een spiegel waarin je jezelf opnieuw ontmoet.

Ik heb geen idee welk verhaal, welk boek er in jou leeft wat eruit mag. Wat ik wel weet is dat wij je er graag bij helpen om het boek geboren te laten worden.

Op vrijdag 30 oktober organiseren Eveline van Dongen en ik een bijzondere live workshop ‘Schrijf je Boek’ in Bussum. Dat doen wij een gehele dag van 10 uur tot 17 uur.

Aan het eind van deze dag heb je de gehele blauwdruk van begin tot eind voor je boek.

Lees er HIER meer over.